Hoofdstuk 1: Programmeertalen

Samenvatting

  • Programmeertalen kunnen in vijf hoofdcategorieën ingedeeld worden:
    • machinecode
    • assembleertalen
    • hogere programmeertalen
    • vierde-generatietalen
    • objectgeoriënteerde talen.

     

  • Machinecode is de programmeertaal van de eerste generatie. De instructies bestaan uit nullen en enen. Deze taal wordt tot de lagere programmeertalen gerekend. We zeggen ook wel dat dergelijke talen ‘dichter bij de processor’ staan. 
  • Bij assembleertalen wordt er gebruik gemaakt van gemakkelijker te onthouden lettercodes in plaats van nullen en enen. Assembleertaal behoort tot de tweede generatie. 
  • Bij hogere programmeertalen (vanaf de derde generatie) worden de instructies door een compiler vertaald naar machinecode. Ze worden ook wel procedurele talen genoemd. Bekende derde-generatietalen zijn COBOL, C en Pascal. 
  • De meeste talen van de vierde generatie zijn niet-procedureel, maar meer probleemgericht. Ze leveren vaak onhandelbaar grote programma’s op. Met vierde-generatiehulpmiddelen kan men wel snel een toepassing of een bepaald gedeelte hiervan genereren. 
  • Bij objectoriëntatie worden gegevens en code gecombineerd in objecten. De code wordt in gang gezet naar aanleiding van boodschappen van andere objecten. Belangrijke begrippen bij objectoriëntatie: objecten (‘objects’), klassen (‘classes’), methoden (‘methods’), inkapseling (‘encapsulation’) en overerving (‘inheritance’). 
  • Voordelen van objectoriëntatie zijn:
    • kortere ontwikkelingstijd door hergebruik van programmamodules
    • complexere problemen zijn te hanteren door betere organisatie van programmacode
    • het onderhoud van programma’s is eenvoudiger omdat duidelijker is wat elk deel van de software doet
    • betere uitwisselingsmogelijkheden door vastgestelde standaards.

     

  • Praktische problemen bij het gebruik van OO zijn:
    • de moeite om procedurele programma’s om te zetten naar OO-programma’s
    • de geringe beschikbaarheid van programmeurs met voldoende OO-kennis
    • het ontbreken van voldoende hulpmiddelen die programmeurs kunnen ondersteunen bij hun werk.

     

  • De taal C is een derde-generatietaal. Zijn objectgeoriënteerde nakomeling is C++. Java is een platformonafhankelijke OO-programmeertaal, die bestaat uit drie onderdelen. Delphi is een visuele OO-programmeeromgeving, gebaseerd op de taal Pascal. Visual Basic.NET is een programmeertaal en -omgeving van Microsoft, die kenmerken van objectoriëntatie bevat. C# is een programmeertaal van Microsoft die kenmerken van C, C++ en vooral Java heeft. 
  • Bij programmeertalen voor het web maken we onderscheid tussen client-sided en server-sided talen. De eerste worden op de computer van de gebruiker uitgevoerd; de laatste op de server waarop de gevraagde website zich bevindt. Client-sided: opmaaktalen (HTML en XHTML) en scriptingtalen (waaronder JavaScript). Server-sided: PHP en ASP.

 

Presentatie Module 4 Hoofdstuk 1: Module4H1 (klik om het te downloaden)

Leave a comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: